
De
Bisscopstrate bestond voornamelijk uit de straat die, met een
knikje er in, van de Brincpoerten naar het bisschoppelijke immuniteitsgebied
liep. In het deel van de straat dat in de buurt van dat immuniteitsgebied
lag woonden er veelal welgestelden. De rest van de straat was
minder gefortuneerd. In 1315 had het stadsbestuur bepaald dat de
smeden van de stad allemaal in dezelfde straat moesten gaan wonen, het
liefst een beetje weg van de toen bestaande bebouwing. Zo kwamen ze in
de straat terecht die sindsdien de Smedenstrate heet. Het smedengilde
was al in 1309 opgericht. In het stukje Bisscopstrate in het verlengde
van de Smedenstrate werden de koperslagers gehuisvest. In 1363
legde de stad de Broderstrate aan over het terrein van voormalige
adelijke hofstede Voorst. En in 1368 werd er ook een straat parallel
hier aan aangelegd. Deze werd in 1396 Pontsteghele genoemd.
Onder andere tussen de muren achter de Smedenstrate werd door
de schutten van de stad regelmatig geoefend om hun schietvaardigheid
op pijl te houden. Dit deden zij natuurlijk op doelen, vandaar de naam Dole voor
dit gebied. Buiten de Brincpoerten bevonden zich, net als bij
de Noerdenberghpoerten, door de stad verpachte
coelghaerden waar de burgers hun groenten konden verbouwen.