wijk
Berghe

De wijk die het grootst van allemaal was, was Berghe. Ook een groot deel van de Brincke viel onder deze wijk. Op dit marktplein vonden terechtstellingen en steekspelen plaats. En natuurlijk was het hier ook een drukte van jewelste tijdens een van de vier, later vijf, jaarmarkten waar ook veel buitenlandse kooplieden op af kwamen.
Aan de Bergse kant van het plein bevond zich een houten kruis welke de zogenaamde Rogghestapel aanduide, de stapelplaats voor alle rogge. Deze stapelplaats bevond zich niet geheel toevallig vlakbij de Rogghenstrate en de Berchstrate (toen ook wel bekend als Koernstrate).
Vanaf de Brincke lopen bijna alle straten de heuvel op waar de wijk haar naam aan dankt. De straat die tegenwoordig Rijkmanstraat heet heette in de middeleeuwen Ricmodestrate, wellicht naar een jonkvrouwe van die naam. De Gholtstrate kan zo genoemd zijn om twee redenen. Enerzijds zouden daar goudsmeden gevestigd kunnen zijn geweest maar het zou ook een sarcastische benaming kunnen zijn voor een straat die eigenlijk nogal verloederd was. Voor beide is geen bewijs. De steeg (eigenlijk een trap, zo steil is het daar) die van de Berghe af gaat naar de Heijstpoerte/Berchpoerte werd in 1374 aangelegd; ‘... steghele te maken bi der Heestpoerten an Sente Nycolaus-kerchof daer die wachters doer ghaen’ maar was er blijkbaar in een primitievere vorm al langer. Buiten de poorten lagen ook hier weer coelhouen die de stad verpachtte aan haar burgers. Ook lagen er de Holtmarcket en Torfmarcket met een tolkamer bij de houtmarkt. Buiten de poort en waarschijnlijk

naast de tolkamer was er ook een slagboom. Tevens is er sprake van olimolens buiten de Berchpoerten. Op de Welle bevind zich bij de Zantpoerten de Buickinckhanck, de plek waar hoogst waarschijnlijk de vers gevangen haring te roken werd gehangen en zo tot bokking gemaakt. Aan de andere kant van de wijk, bij de Brincpoerten, was er tussen de muren ook een gebied dat Dole heette en waar de schutten met hun bogen oefenden. Boven op de Berghe stond de Bergkerk, in 1206 gewijd aan St. Nicolaas. De kerk was gesticht vanuit het klooster Varlar in de buurt van Coesfeld en had een eigen parochie, waarvan een deel buiten de stadsmuren. De St. Lebuinuskerk behield echter bepaalde kerkelijke rechten over de Bergkerk. Naast de kerk stond het huis van de Prior, de bestuurder van de kerk. Het enig ander religieuze gebouw in de wijk was het huis van de nonnen. Al in 1368 is er sprake van een erf, waar een huis op staat, aan de Menstrate dat toebehoort aan het Cisterciënzerinnenklooster Ter Hunnepe ten zuid-oosten van Deventer.
Algemeen gezien was Berghe qua welstand een gemixte wijk met zowel kooplieden als middenstand. De kooplieden woonden waarschijnlijk veelal aan de Brincke. Deze welvarende wijk werd ook wel eens door rampspoed getroffen zoals een brand in 1364.